Early split Polar Vortex

26/10/2026

Un vortex polaire fragilisé dès novembre : un premier signal pour l'hiver 2026-2027 ?

Update du 26 octobre 2026 — Perspectives stratosphériques ECMWF

Alors que l'hiver météorologique n'a pas encore commencé, une évolution inhabituelle se dessine à près de 30 kilomètres au-dessus de l'Arctique. Selon les projections du modèle européen ECMWF, le vortex polaire stratosphérique, normalement en phase de renforcement automnal, pourrait connaître un affaiblissement marqué dès le début du mois de novembre.

À 10 hPa, vers 60° de latitude nord, les vents d'ouest pourraient ainsi ralentir de 22–23 m/s à environ 12 m/s en moyenne d'ensemble, soit près de la moitié de leur vitesse climatologique habituelle à cette époque de l'année.

À l'origine de cette perturbation possible, un puissant blocage anticyclonique entre la Scandinavie et l'Oural favoriserait la propagation verticale d'ondes planétaires de Rossby. En transférant leur énergie vers la stratosphère, ces ondes pourraient freiner la circulation occidentale, déformer le vortex polaire et, dans les situations les plus extrêmes, contribuer à une inversion des vents.

Faut-il y voir les prémices d'un hiver plus rigoureux en Europe occidentale ? Pas nécessairement. Un vortex affaibli peut favoriser ultérieurement des blocages atmosphériques et des descentes d'air polaire vers les moyennes latitudes, mais leur localisation et leur intensité restent très incertaines.

Le signal mérite donc toute notre attention : l'atmosphère pourrait préparer, bien avant l'arrivée de l'hiver, les conditions d'une circulation plus méridienne. Mais entre une perturbation stratosphérique et une véritable offensive hivernale sur la Belgique, le chemin reste encore long et semé d'incertitudes.

Een verzwakte poolwervel begin november: een eerste signaal voor de winter 2026-2027?

Update van 26 oktober 2026 — Stratosferische verwachtingen ECMWF

Hoewel de meteorologische winter nog niet begonnen is, tekent zich op ongeveer 30 kilometer hoogte boven het noordpoolgebied een opmerkelijke ontwikkeling af. Volgens de berekeningen van het Europese weermodel ECMWF zou de stratosferische poolwervel, die normaal tijdens de herfst geleidelijk sterker wordt, begin november aanzienlijk kunnen verzwakken.

Op het niveau van 10 hPa, rond 60° noorderbreedte, zou de westelijke luchtstroming kunnen terugvallen van 22–23 m/s naar ongeveer 12 m/s in het ensemblegemiddelde. Dat is nauwelijks de helft van de klimatologisch gebruikelijke windsnelheid voor deze periode.

Een krachtig hogedrukblok tussen Scandinavië en het Oeralgebergte zou daarbij een belangrijke rol kunnen spelen. Dit atmosferische obstakel bevordert de ontwikkeling en verticale voortplanting van grootschalige Rossbygolven, die energie naar de stratosfeer transporteren. Daardoor kan de westelijke circulatie worden afgeremd en de poolwervel vervormd raken. Bij uitzonderlijk sterke verstoringen is zelfs een tijdelijke omkering van de windrichting mogelijk.

Betekent dit dat West-Europa zich op een strenge winter moet voorbereiden? Zeker niet noodzakelijk. Een verzwakte poolwervel kan de kans op atmosferische blokkades en koude-uitbraken vergroten, maar biedt geen garantie op vorst of sneeuw in België .

De ontwikkeling verdient niettemin bijzondere aandacht. Hoog boven de Noordpool zouden zich al vroeg in het seizoen veranderingen kunnen voltrekken die later de wintercirculatie beïnvloeden. Of dit daadwerkelijk tot winterweer in onze streken leidt, blijft voorlopig een open vraag.

Geschwächter Polarwirbel Anfang November: ein erstes Signal für den Winter 2026-2027?

Update vom 26. Oktober 2026 — Stratosphärische Prognosen ECMWF

Obwohl der meteorologische Winter noch nicht begonnen hat, zeichnet sich rund 30 Kilometer über der Arktis eine bemerkenswerte Entwicklung ab. Nach Berechnungen des europäischen Wettermodells ECMWF könnte sich der stratosphärische Polarwirbel, der sich im Herbst normalerweise zunehmend verstärkt, bereits Anfang November deutlich abschwächen.

In etwa 30 Kilometern Höhe, auf dem Druckniveau von 10 hPa bei 60° nördlicher Breite, könnten die Westwinde von zunächst 22–23 m/s auf rund 12 m/s im Ensemblemittel zurückgehen. Dies entspräche nur etwa der Hälfte der für diese Jahreszeit üblichen Windgeschwindigkeit.

Eine entscheidende Rolle könnte dabei eine ausgeprägte Hochdruckblockade zwischen Skandinavien und dem Ural spielen. Sie begünstigt die Entstehung und vertikale Ausbreitung großräumiger Rossby-Wellen, die Energie bis in die Stratosphäre transportieren können. Dort bremsen sie die westliche Zirkulation ab und können den Polarwirbel verformen. Bei besonders starken Störungen ist sogar eine zeitweilige Umkehr der Windrichtung möglich.

Kündigt sich damit bereits ein strenger Winter für Westeuropa an? Nicht unbedingt. Ein geschwächter Polarwirbel kann zwar die Wahrscheinlichkeit atmosphärischer Blockierungen und polarer Kaltluftvorstöße erhöhen, bedeutet aber keineswegs automatisch Frost oder Schnee in Belgien.

Dennoch verdient diese Entwicklung besondere Aufmerksamkeit. Hoch über der Arktis könnten bereits im Frühherbst die Weichen für eine veränderte winterliche Zirkulation gestellt werden. Ob daraus tatsächlich ein winterlicher Kaltlufteinbruch in Westeuropa entsteht, bleibt allerdings noch völlig offen.

Share