Tendance des anomalies à 500hPa + T°2m - Trend van de anomalieën op 500 hPa + T°2m - Trend der anomalien auf 500 hPa + T°2m
Ensembles ECMWF
Update 14-3-26
Cartes/kaarten/Karten : https://www.bmcb.be/w-ly-anomalies/
Cliquer sur les images pour les agrandir - Klik op de beelden om ze te vergroten - Zum Vergrößern auf die Bilder klicken
Update – 14 mars 2026
Tendance pour le début avril
Les projections établies à l'échelle de la moyenne troposphère suggèrent l'installation progressive d'un vaste système anticyclonique s'étendant du proche Atlantique jusqu'à la mer de Norvège et à l'Islande. Parallèlement, une zone dépressionnaire s'étirerait du Maroc jusqu'à la mer Noire.
Dans cette configuration atmosphérique, nos régions se trouveraient sous l'influence d'un flux de nord à nord-est. Ce courant, d'origine continentale, devrait apporter un air généralement sec mais sensiblement plus frais.
Tendance pour la semaine du 6 au 13 avril
Le champ anticyclonique devrait persister entre le Groenland et le nord de la Scandinavie. Dans le même temps, l'activité dépressionnaire se concentrerait d'une part à l'ouest du golfe de Gascogne et, surtout, sur le Moyen-Orient.
Dans ce contexte, nos régions pourraient se retrouver sous l'influence d'un faible flux continental, voire d'une situation de marais barométrique. Une masse d'air continental relativement sèche continuerait alors de stagner sur nos régions, avec des températures proches des normales saisonnières.
Update – 14 maart 2026
Trend voor begin april
Projecties op het niveau van de middelste troposfeer wijzen op de ontwikkeling van een uitgestrekt hogedrukgebied dat zich zou uitstrekken van de nabije Atlantische Oceaan tot de Noorse Zee en IJsland. Tegelijk zou een lagedrukzone zich uitrekken van Marokko tot de Zwarte Zee.
In deze configuratie zouden onze regio's onder invloed komen van een droge maar frisse noord- tot noordoostelijke stroming.
Trend voor de week van 6 tot 13 april
Het hogedrukgebied zou zich blijven handhaven van Groenland tot het noorden van Scandinavië. Tegelijk zou de depressieactiviteit zich enerzijds ten westen van de Golf van Biskaje bevinden en vooral boven het Midden-Oosten.
Hierdoor zouden onze regio's onder invloed kunnen komen van een zwakke continentale stroming, of zelfs van een barometrisch moeras, waarin vrij droge continentale lucht blijft hangen met temperaturen rond de seizoensnorm.
Update – 14. März 2026
Tendenz für Anfang April
Projektionen in der mittleren Troposphäre deuten auf den Aufbau eines ausgedehnten Hochdruckgebietes hin, das sich vom nahen Atlantik bis zur Norwegischen See und nach Island erstrecken könnte. Gleichzeitig würde sich eine Tiefdruckzone von Marokko bis zum Schwarzen Meer ausdehnen.
Unter diesen Bedingungen lägen unsere Regionen unter dem Einfluss einer nördlichen bis nordöstlichen Strömung mit überwiegend trockener, aber eher kühler Luft.
Tendenz für die Woche vom 6. bis 13. April
Das Hochdruckgebiet dürfte sich weiterhin vom Grönland bis zum Norden Skandinaviens behaupten. Gleichzeitig würde sich die Tiefdrucktätigkeit einerseits westlich des Golfs von Biskaya und vor allem über dem Nahen Osten konzentrieren.
Für unsere Regionen könnte sich daraus eine schwache kontinentale Strömung oder sogar eine barometrische Sumpflage ergeben, in der relativ trockene Kontinentalluft mit Temperaturen um die jahreszeitlichen Mittelwerte verbleibt.
Les cartes illustrent les anomalies moyennes du champs de 500hPa ( vers 5500m soit dans la moyenne troposphère) sur une période de sept jours, issues du modèle d'ensembles de l'ECMWF.
Calculées par rapport à la climatologie de référence du modèle, ces anomalies mettent en évidence les régions où la circulation atmosphérique moyenne est susceptible de s'organiser.
Les plages de couleurs permettent d'apprécier à la fois l'intensité et la répartition spatiale de ces écarts, selon une échelle homogène consultable via l'interface.
De kaarten tonen de gemiddelde anomalieën van het 500 hPa-veld (ongeveer 5.500 meter hoogte, in de middelbare troposfeer) over een periode van zeven dagen, afkomstig van het ensemblesysteem van het ECMWF.
Deze anomalieën worden berekend ten opzichte van de referentieklimatologie van het model en brengen de regio's in beeld waar de gemiddelde atmosferische circulatie zich waarschijnlijk zal organiseren.
De kleurvlakken geven zowel de intensiteit als de ruimtelijke spreiding van deze afwijkingen weer, volgens een uniforme schaal die via de interface kan worden geraadpleegd.
Die Karten zeigen die mittleren Anomalien des 500-hPa-Feldes (etwa 5.500 Meter Höhe, in der mittleren Troposphäre) über einen Zeitraum von sieben Tagen, basierend auf dem Ensemblemodell des ECMWF.
Diese Anomalien werden im Vergleich zur modellinternen Referenzklimatologie berechnet und heben jene Regionen hervor, in denen sich die mittlere atmosphärische Zirkulation bevorzugt organisieren dürfte.
Die Farbflächen veranschaulichen sowohl die Intensität als auch die räumliche Verteilung dieser Abweichungen anhand einer einheitlichen Skala, die über die Benutzeroberfläche abrufbar ist.
